Naar content
Afbeelding
Terug

Onderdelen

Onderdelen

Foto

Het watersysteem in de wijk bestaat uit allerlei onderdelen. Zowel zichtbaar boven de grond als onzichtbaar onder de grond. Iedere wijk in elke gemeente heeft een uniek stelsel met onderdelen. Ieder onderdeel is belangrijk voor de werking en de functies van het geheel. Alle onderdelen samen zorgen voor:

  • afvoer van afvalwater
  • afvoer of infiltratie van regenwater
  • afvoer van grondwater
  • tijdelijk opslaan van regenwater en afvalwater
  • schoonmaken van afvalwater
  • droog gebied
  • geen stank


De beginonderdelen van het hele systeem zijn je gootsteenputje en de regenpijp van je dak. Aan het eind van het systeem zit de rioolwaterzuivering, het oppervlaktewater of de grond.
Hier lees je:

  • Welke onderdelen er allemaal kunnen voorkomen in een systeem voor waterbeheer
  • Waar al die onderdelen voor zijn
  • Dat de weg in jouw wijk ook onderdeel is van de riolering
  • Welk onderdeel ervoor zorgt dat jouw wc niet overstroomt
  • Dat de verschillende onderdelen samen zorgen voor droge huizen, maar helaas niet altijd
  • Dat er ook onderdelen zijn die zorgen voor schoner water in ons milieu

Stankslot

Image

Een stankslot vermijdt dat we vieze lucht uit de riolering ruiken. Een bekend voorbeeld in huis is de zwanenhals of de sifon onder een wastafel of gootsteen. Ook het laagje water in de wc-pot is bedoeld om de vieze geur uit de riolering tegen te houden. Elke aansluiting op de riolering in huis heeft een stankslot. Ook in de openbare ruimte zitten stanksloten in de riolering, bijvoorbeeld in elke regenput (kolk).

Image

Ontlastput

Image

Een ontlastput zit in of onderaan de regenpijp. Het lijkt op een schrobputje. Alle regenwateraansluitingen en gemengde aansluitingen moeten bij aanleg een ontlastput krijgen. Dat is al tientallen jaren voorgeschreven. In de praktijk zijn ontlastputten lang niet bij alle huizen aanwezig, omdat huizen ouder zijn of omdat de ontlastput bij de (ver)bouw vergeten is. Als je een gemengde aansluiting hebt en geen ontlastput, dan kunnen regen- en afvalwater via het toilet of schrobputje bij jou in huis komen. Bijvoorbeeld als je aansluiting verstopt is. Of als het riool bij hevige regen niet al het water kan verwerken. Vanaf de ontlastput moet veel water weg kunnen stromen naar een plek waar het geen overlast veroorzaakt. De ontlastput mag de ontluchting via de regenpijp niet tegenhouden.

Ontspanningsleiding

Image
Als er water in het riool komt tijdens regen, moet de lucht die in het riool zit eruit. Die lucht gaat via regenpijpen en ontspanningsleidingen uit het riool. Zo komt de lucht bij het dak vrij en ruiken we op straat geen rioollucht. De ontspanningsleiding is dus een buis in huis die aan het riool zit en uit het dak steekt. Alle huizen moeten een ontspanningsleiding hebben. Zonder zo’n leiding kan lucht uit het riool onder grote druk via andere plekken plotseling vrijkomen. Dan spuit het stankslot van de wc of de wastafel leeg in het huis, en komt er soms ook rioolwater mee.
Image

Ontstoppingsstuk

Image
In elke huisaansluiting zit een ontstoppingsstuk (foto). Is het riool verstopt, dan kun je hier zien of het probleem dichtbij je huis zit of in het openbare riool. Meestal ligt het ontstoppingsstuk op de grens van de tuin en de openbare ruimte. Dit ontstoppingsstuk kan worden opgegraven als het water van een huis niet meer wegspoelt. De buis van de huisaansluiting kan met een klep of dop open worden gemaakt. Staat het ontstoppingsstuk vol met afvalwater? Dan zit de verstopping in het openbare riool en moet de gemeente het probleem oplossen. Is het ontstoppingsstuk droog, dan zit de verstopping waarschijnlijk in of dichtbij je huis. Dan moet de eigenaar van het huis de verstopping zelf oplossen. Je mag het ontstoppingsstuk niet zomaar opgraven. Hiervoor is meestal toestemming nodig van de gemeente.
Image

Huisaansluiting

Image

Een huisaansluiting is de buis die de riolering binnen in een huis en de gemeenteriolering in de weg met elkaar verbindt. Elk gebouw heeft een eigen huisaansluiting. Steeds vaker zijn dit er zelfs twee en gaan regenwater en afvalwater in aparte buizen naar de weg.

Image

Weg

Ook de weg zelf is een onderdeel van de riolering. Er past veel water tussen de stoepranden.
Riolen zijn gemaakt om heel veel regenwater te kunnen verwerken. Zelfs zoveel, dat er net geen water op de weg blijft staan bij een hoosbui. Bij zulke of nog ergere regenbuien helpt de aanleg van de weg mee. Stoepranden zorgen er bijvoorbeeld voor dat het teveel aan regenwater op de weg wordt opgevangen. De weg met stoepranden kan het meeste water opvangen.

Beter even water in de wijk, dan dat het water de huizen instroomt. Of dat belangrijke wegen onderlopen en niet meer te gebruiken zijn. Soms kan de regen ook via de weg een vijver of sloot in lopen. Natuurlijk is er bij extreme buien altijd een beetje overlast. Maar dankzij de overstorten is die snel voorbij.

Hinder en schade door water komen vooral voor op plaatsen waar de weg weinig regenwater kan opvangen. Vaak gaat het om heel vlakke wegen die zonder stoeprand of drempel op gebouwen uitkomen, zoals in winkelstraten. Of om hellende gebieden. Daar verzamelt al het water zich snel op het laagste punt.

Goot

Vanaf het dak loopt de regen de regenpijpen in. In sommige wijken blijft het regenwater boven de grond. Dan komen de regenpijpen uit in gootjes, of het regenwater stroomt over de oprit en de stoep. Langs of in de weg voeren goten het water af dat we niet onder de grond in een riool of infiltratievoorziening opvangen. Omdat we het regenwater in de goten gewoon kunnen zien, weten we dat het schoon regenwater is en kan het veilig de grond in. Vergissingen van vuil afvalwater in de infiltratievoorziening komen minder vaak voor.

Bladvanger

Image

Een bladvanger houdt bladeren en andere deeltjes tegen. De bladvanger wordt vaak geplaatst in de regenpijp en is heel belangrijk om te voorkomen dat regenpijpen en infiltratievoorziening verstoppen. Er zijn ook bladvangers die voor de regenpijp worden geplaatst, in de dakgoot of op het platte dak.

Image

Zandvangput

Image

Ook een zandvangput voorkomt dat er vuil in een infiltratievoorziening komt. Het vangt de zwaardere vuildeeltjes af.

Filtervoorziening

Image

Filtervoorzieningen filteren de kleine en lichte deeltjes uit het regenwater. Zo wordt dichtslibben van infiltratievoorzieningen voorkomen. Dit gebeurt door bezinking. Voor bezinking van lichtere deeltjes moet de stroomsnelheid van het water sterk verlaagd worden. Daarom zijn filtervoorzieningen vaak groot.

Infiltratievoorziening

Image
Infiltratievoorzieningen helpen het regenwater de grond in te laten zakken. Er zijn verschillende mogelijkheden voor, zowel boven de grond (wadi, infiltratieveld) als onder de grond (infiltratiebuis of infiltratiekratjes). De grond onder of rondom een infiltratievoorziening maakt het regenwater schoner.
 
Er mag niet te veel zand, slib en vuil in het regenwater zitten. Anders kan de infiltratievoorziening verstopt raken. Bladvangers en zandvangputten helpen om deeltjes uit het regenwater te halen.
 
Infiltratievoorzieningen zijn alleen bruikbaar als het grondwater diep genoeg is. Anders vult het grondwater de infiltratievoorziening en kan er geen regenwater meer bij. Ook moet de grond waarin de infiltratievoorziening ligt voldoende water kunnen doorlaten. Anders zakt het water niet goed weg. Infiltratievoorzieningen hebben bijna altijd een overloop naar een vijver of sloot of een vorm van tijdelijke opslag, waarna het water in de grond wegzakt.
 
Infiltratievoorzieningen zorgen ervoor dat water niet wegstroomt en ergens anders problemen veroorzaakt. Zo helpen ze om te grote hoeveelheden water in oppervlaktewater te voorkomen. Vooral in gebieden met grond die water goed doorlaat kan veel regenwater de grond in zakken. Soms kun je zelf regenwater in jouw tuin laten infiltreren. Daarmee help je het milieu en verminder je de kans op wateroverlast.

Drainagevoorziening

Image

Grondwater kan heel ondiep zitten. Dat kan leiden tot vocht in huis. Meestal is dit met bouwkundige oplossingen te verhelpen. Soms legt de gemeente drainagebuizen aan. Dat zijn buizen met gaatjes, ‘lekke buizen’, die grondwater opvangen en afvoeren. Meestal worden deze aangelegd om maar tijdelijk te werken. Namelijk voor en tijdens de bouw van de huizen, omdat dan een wat lagere grondwaterstand handig is bij het graven. Ook kunnen zware vrachtwagens en kranen dan over stevige grond rijden als er nog geen wegen zijn.

Soms zijn rioolbuizen zo oud en versleten dat er gaatjes en scheuren in zitten. Onbedoeld voeren deze lekke rioolbuizen naast afvalwater ook ondiep grondwater af. Als de gemeente deze oude rioolbuizen vervangt door nieuwe buizen, dan kan er overlast komen door grondwater. Dat wordt dan niet meer afgevoerd, want een nieuw riool lekt niet. Om vochtproblemen te voorkomen legt de gemeente daarom soms ook drainagevoorzieningen aan bij een rioolvervanging.

Regenput (kolk)

Image
Kolken verbinden de weg en het riool. Via kolken loopt regenwater van de weg het riool in. Kolken kunnen in de weg of stoeprand liggen. Onder in de kolk vangt een bak het mee gestroomde zand, bladeren, slib en vuil op. Gemeenten maken deze bak regelmatig schoon met een kolkenzuiger (foto midden). De kolk voert het water af naar een regenwaterriool of een gemengd riool. De meeste kolken hebben ook een stankslot, net zoals de wastafel en wc bij jou thuis. Dit stankslot voorkomt dat het buiten naar rioolwater stinkt.
 
Infiltratiekolken zijn kolken die niet naar het vuilwaterriool gaan. Het water dat hierin komt, loopt direct de grond in in plaats van naar een riool. Dat gebeurt via een extra lange buis onder de grond met openingen aan de zijkant. Soms is er ook een overloop naar het riool.
Image

Rioolbuis

Image

Rioolbuizen hebben verschillende formaten en vormen. Er bestaan in gebouwen kleine rioolbuizen met een doorsnede van een paar centimeter. Maar er zijn ook hele grote rioolbuizen in de openbare ruimte van meer dan 2 meter doorsnede. Daar zou een mens in kunnen staan. De meeste rioolbuizen zijn van kunststof. Soms zijn ze van aardewerk, gietijzer, beton of asbestcement. Meestal is de doorsnede van de buis rond, maar de doorsnede van een betonnen buis kan ook de vorm van een ei hebben. Als buizen gemetseld zijn uit bakstenen, zoals sommige riolen van meer dan honderd jaar oud, kunnen ze allerlei vormen hebben.

De rioolbuizen moeten schuin liggen om het water erin te laten stromen. Soms is dat maar 1 millimeter verschil in hoogte per meter buis. De aanleg van rioolbuizen is dus een heel precies werk. Tussen de buizen in de weg zitten rioolputten.

Image

Rioolput

Image
Rioolputten hebben deze functies:

Een riool kan niet zonder rioolputten. Je herkent ze in de weg aan de vierkante metalen platen met daarin een ronde rioolputdeksel. Daaronder zit de rioolput. De afstand tussen die putten verschilt van een paar meter tot soms honderd meter. Tussen de rioolputten liggen rioolbuizen. Rioolputten hebben deze functies:

  • Schoonmaken of inspecteren (zie foto onder) van het riool
  • Om een bocht te maken
  • Om meerdere buizen op elkaar aan te sluiten, zoals bij een driesprong of meersprong
  • Als er metingen moeten worden gedaan in het riool, dan hangt men de meetapparatuur in een rioolput
  • Om een drempel te plaatsen tussen twee of meer buizen; als overstort
Image

Overstort, nooduitlaat en regenwateruitlaat

Image
Riooloverstorten zijn de nooduitlaten van de gemengde riolering. Riooloverstorten zijn alleen actief als het heel hard regent en de rioolbuizen zo vol zijn dat er niets meer bij kan. Dan loost het riool via deze overstorten het teveel aan water in vijvers, sloten en grachten. Dit komt maar een paar keer per jaar voor. Riooloverstorten zijn onmisbaar om ons te beschermen tegen schade door regenwater.
 
Als het uitzonderlijk hard of lang regent, blijft het water even op de weg staan. Binnen een uur verdwijnt het via de overstorten. Gemeenten en waterschappen proberen zo min mogelijk afvalwater via overstorten in het milieu te brengen. Bijvoorbeeld door regenwater af te koppelen van de gemengde riolering.
 
Nooduitlaten zijn overstorten die alleen bij héél extreme buien werken. Dat gebeurt eens in de paar jaar. Dan zijn ze ook echt nodig om gebouwen droog te houden. De uitlaten waar het regenwater van een gescheiden riolering in het oppervlaktewater loopt, noemen we regenwateruitlaten.

Bergbezinkbassin

Bergbezinkbassins verbeteren de kwaliteit van het water. Het zijn grote betonnen bakken die de inhoud van het riool ongeveer een derde groter maken. De bassins vangen gemengd afval- en regenwater op. Het vuil zakt naar de bodem van het bergbezinkbassin. Dat heet bezinken. Bij hele grote buien zijn de bassins snel vol. Het teveel aan water dat dan uit bergbezinkbassin overloopt is dan schoner. Zo loopt er minder vervuild water in sloten en vijvers.

Gemaal

Image

Gemalen zijn er voor afvalwater, regenwater, grondwater en oppervlaktewater. Ze bestaan uit een grote put of een gebouwtje met daarin één of meer pompen. Er zijn pompjes voor het afvalwater van één huis, maar ook gemalen die per uur een paar duizend liter tot wel miljoenen liters water per uur verpompen. Bijvoorbeeld om afvalwater naar de rioolwaterzuivering te voeren.

Persleiding

Een persleiding is een buis waarin het water onder druk stroomt. De druk wordt geleverd door een pomp. Er zijn kleine persleidingen die het water van verspreide huizen op het platteland over grote afstanden vervoeren. Elk huis of een groepje van huizen heeft dan een pompje. Er zijn ook grote persleidingen die het water van hele wijken of plaatsen naar een rioolwaterzuivering voeren. Dan is er een groot rioolgemaal dat het water verpompt.

Mini-afvalwaterzuivering

Image
Een mini-afvalwaterzuivering is een individuele behandeling van afvalwater (ook wel iba). In Nederland gebruiken we minizuiveringen als de afstand van een huis tot de gemeentelijke riolering te groot is. Bijvoorbeeld in het buitengebied waar maar een paar huizen of boerderijen staan. Sommige minizuiveringen zijn heel simpel en maken het afvalwater maar een beetje schoner. Een septic tank is een voorbeeld van zo’n minizuivering. Er zijn ook minizuiveringen die het water heel goed zuiveren, net als een grote rioolwaterzuivering. Bijna alle minizuiveringen liggen op het eigen terrein dat bij het gebouw hoort. Op sommige plaatsen beheert de gemeente de minizuivering, op sommige plaatsen moet de eigenaar dat doen.

Rioolwaterzuivering

Image

Aan het eind van de riolering komt rioolwater in een rioolwaterzuivering van het waterschap. Een rooster verwijdert eerst bladeren, papier en plastic. De installatie zuivert het water in verschillende stappen. Eerst gaat het door een zeef. Door het water een tijdje in bezinktanks te laten staan, zakken het zand en fijnere stofdeeltjes (slib) naar de bodem. Het slib wordt naar de slibverwerking gepompt, het water wordt biologisch gezuiverd. Bacteriën eten de afvalstoffen als het ware op. De 'volgegeten' bacteriën vormen vlokken, die in een nabezinktank naar de bodem zakken. Een deel van de bacteriën wordt opnieuw gebruikt in het zuiveringsproces en de rest gaat naar de slibverwerking. Het schone water wordt geloosd op het oppervlaktewater.